Bonjour!
Het heeft even geduurd, maar ik ben er weer! Heel wat avonturen weer beleefd en een heleboel foto’s.
Ik ben samen met Stephanie heel Nieuw Zeeland doorgereisd. We begonnen in Auckland (noorder eiland) en de eerste stop was Hahei. Dit ligt rechts langs de kust. Daar hebben we bij een warm water strand gehuppeld en naar de Cathedral Cove gewandeld. Het warm water strand is eigenlijk een strand gevuld met thermisch opgewarmd water. De Cathedral Cove is een spleet tussen een rots, ontstaan door zeewater. Een langdurig en bijzonder natuurlijk proces. De Cathedral Cove hebben we bekeken door eerst een leuke wandeling langs de kust en duinen te maken, waarna je op een strandje aankomt waar je de cove kunt bezichtigen. Je hebt tijdens de wandeling mooie uitzichten op land en zee!
De volgende dag reisden we van Hahei naar Raglan, een surfplaats. Omdat het best koud was en ik in Australie ook al gesurfd had, ben ik niet gaan surfen. Eigenlijk ging niemand surfen, dus zijn we met z’n allen gaan rond dwalen op het strand. Het strand is wel heel mooi en de golven breaken al erg vroeg, dus je hebt aardig hoge golven die ook nog lang door denderen.
Na Raglan reisden we door naar de Waitomo Caves, waar Stephanie en ik een abzeil gingen doen. We reden eerst een half uur naar de cave itself. Waitomo zelf is eigenlijk een gebied waar 2 platonische platen botsen, daardoor was (!is?) er veel vulkanische activeit en met behulp van water zijn die grotten ontstaan. Wij gingen naar 1 van die grotten. Daar aangekomen deden we eerst onze gear aan, Hyves/Facebook foto’s maken en toen op pad. Na wat uitleg gingen we naar de echte grot afdaling. Het was 100m hoog en Stephanie kreeg al de trillingen. Volgens Stephanie kreeg ik ook trillingen, maar dat mag iedereen zelf invullen of ik dat ook echt doe
. We hingen allemaal aan een touw en met behulp van de gidsen gingen we naar beneden. Het zicht is eigenlijk supermooi. Simpel gezegd: een groot diep gat in de grond. Maar het is wel bijzonder om te zien, op de grond stroomt er water, aan de zijkanten groeien er bomen en planten. De vormen van het gesteente is natuurlijk ook machtig mooi om te zien. Na ruim een half uur abzeilen waren we beneden en liepen we nog door de grot. Best mooi om te zien, ook zagen we nog gloeiwormen. Op het laatst nog even een mooie grote trap op en Stephanie was over haar angsten heen
.
De Waitomo Caves waren mooi en in de middag vervolgden we onze route richting een plek in de middle of nowhere. Het was een hostel genaamd Uncle Boys wat gerund werd door Maori mensen. Je raadt het al, het thema was Maori. De rest van de avond deden we dan Maori acitiviteiten waaronder de hongy(?): het neus tegen neus drukken (en dan moet je inademen). De hoofdshow van de avond was dat de mannen en de vrouwen gesplitst werden. Wij moesten dan de Haka leren dansen, de wardance die de Allblacks met rugby ook doen. Interessant om te weten is dat het een zang is die grotendeels door de leider wordt gezongen, hij geeft bij elke zin een commando, waar een beweging bij hoort. Ik denk als je ‘Ka mate Ka Mate, Ka ore Ka ore’ (Ik leef Ik leef, Ik sterf Ik sterf) onthoud, je aardig opweg bent
. En Stephanie kon het natuurlijk niet laten om de show in zijn geheel te filmen. Ging me trouwens aardig af :p!
Na Uncle Boys ging de tour verder richting Taupo, wij gingen er echter bij Rotorua eruit. Rotorua is ook een bekende toeristische plaats, waar veel Maori mensen wonen. In Rotorua stinkt het naar rotte eieren en je raadt het al, thermische actief. Stephanie en ik zijn daar naar de Polynesian Spa gegaan, dat zijn knetterhete baden (van 38 t/m 43 graden) waar je completely out gaat. Mooi werk wel. In Rotorua zijn we ook naar een geiser gegaan. Je kunt daarvoor naar verschillende parken gaan. Wij zijn naar Te Pueia gegaan, welke op loopafstand is van Rotorua. De anderen moeten per bus worden afgelegd. Het park zelf was wel ok, de geizer matig, maar er was een kiwi centrum en we hebben een echte kiwi gezien! Machtige beesten, geniaal tam. Ze zijn rond met een lange snavel op de kop. Hun huid bestaat niet uit veren maar uit haren en het zijn nacht dieren. Maar als je ze ziet leven, hahaha briljant. Net alsof RRRonnie ‘s nachts na het uitgaan naar huis fietst/loopt
.
Na Rotorua gingen we naar Taupo, een ook zeer bekende plek. Het regende helaas en daardoor was het ook erg mistig. In Taupo zouden we gaan skydiven, maar gezien de weersomstandigheden ging het die dag niet door. De volgende dag klaarde het ‘s ochtends gigantisch op en werd het een stralende dag. Dus konden Stephanie en ik gaan skydiven. We werden opgehaald door een limo en vervolgens reden we richting airport. Daar werden we gegeared met spul en stapten we in een roze klein vliegtuigje. Ik had er wel zin in! Stephanie volgens mij ook wel, want die wilde dit wel heel graag doen. Vliegtuigje steeg op en op 12000 feet (3.5km) sprong de eerste. Dat ging eigenlijk…best snel, ik dacht wel even ooo.. Maar goed op 15000ft (4.5km) hoog was ik de eerste en ik zat dan zo aan de zijkant van het vliegtuigje. En binnen 5 secs vloog ik naar beneden en als je de dvd bekijkt weet je precies hoe het ging en hoe ik me voelde :p. Echter, je denkt dat je de eerste 15 secs mr. Scaryface ziet, maar dat is mijn imitatie van Chuck Norris springend uit een vliegtuig! De sprong zelf was een geniale ervaring en de view is briljant. Taupo ligt aan een heel groot meer en achter het meer zie je de Tongariro berg. Het gezicht van het meer, de stad, de omgeving en vooral de bergen zijn magistraal. De Tongariro berg en de bergen die erom heen zitten, zijn op de top wit (sneeuw) en aan de onderkant bruin, heel mooi. Tevens is 1 vd bergen gebruikt als Mt Doom in Lord Of The Rings (de berg met het oog erop). Goed, na 10 mins bij je beneden en dan zit je vol met adrenaline! Conclusie, skydiven choice eh (Goede keuze gemaakt)! Omdat het die dag zo mooi weer was hebben Stephanie, ik en een andere Nederlandse jongen nog een wandeling gemaakt langs het meer. De volgende dag was het weer shitweer en hebben we de hele dag videobanden gekeken (de klassiekers waren op VHS). We hebben een knettervette film gezien ‘From Dusk Till Dawn’ gezien. Echt machtig mooi! Chick: ‘Where are we going?’, Tarantino: ‘Mexico’, Chick:’What we find there?’, Tarantino: ‘Mexicans’. Dus Ronnie enTonnie kijk die film en kijk ook Wayne’s World 1 en 2, vind ik ook wel bij jullie passen
. Ik moet wel bekennen, in Taupo is er niet heel veel te beleven. Het is winter dus er zijn weinig toeristen en als het slecht weer is zie je niet zoveel van de prachtige omgeving.
Na het avontuur in Taupo gingen we naar (windy) Wellington, de hoofdstad van Nieuw Zeeland. Het heeft een meer culturele uitstraling dan Auckland. Tevens is het de hoofdstad omdat Christchurch en Auckland niet geschikt waren om het land te besturen. Te veel zuid en te veel noord.
Na een klein dagje Wellington zijn we met de boot richting het zuider eiland gegaan. De tocht is erg mooi, je ziet wederom weer vanalles. Eenmaal in Picton gingen we met de bus verder richting het Abel Tasman park. Daar hebben we een activiteit geboekt, dus de volgende dag op pad. Eerst met de boot langs wat vogels en zeehonden. Leuk om die beestjes te zien. Het weer was ok en eenmaal aan wal moesten we ongeveer 15 km lopen. Na de 1ste km begon het te regenen en helaas voor ons hield de regen niet op. We kwamen zeik nat aan en tot overmaat van ramp kwam de boot niet dicht bij het strand, waardoor we met schoenen uit door het ijskoude zeewater moesten lopen. Het Abel Tasmanpark ziet er mooi uit en er zijn inderdaad mooie gouden stranden. Helaas voor ons was er slecht weer.
De volgende dag weer op pad naar de volgende bestemming, Greymouth. Hiervoor reden we langs de westkust van NZ. We stopten op bepaalde plekken om dingen te bezichtigen en ik moet zeggen, de westkust is erg mooi. Heel erg wild om te zien, er zijn van die blowholes, dat zijn gaten in de grond, waar dan woeste golven in knallen. Vergelijkbaar met Samoa. Op veel stops zagen we mooie kustlijn en op een bepaald punt zie je bergen op de achtergrond. De bergen zijn hoog en hebben allemaal sneeuw op de toppen. Het gezicht is heel apart, je ziet een wilde kustlijn, zee en op de achtergrond bergen met op de top sneeuw. Best een plaatje! Na een hele tijd gereden te hebben kwamen we aan in Greymouth, een plaatsje midden aan de west kust. Daar hebben we overnacht in een leuk hostel.
De volgende dag op pad richting Frans Jozef, ook aan de west kust. Nog steeds mooie wilde kustlijnen en na een tijdje kom je in het gebied van de bergen, het landschap is echt vette shit. Van vlakke velden naar kust gebieden naar heuvel/berg landschap. Dat alleen de toppen wit zijn maakt het nog meer bijzonder, je krijgt echt een heel divers landschap te zien. In Frans Jozef kun je op een gletsjer lopen, iets wat we wel heel graag wilden doen. De weervoorspelling was zeer goed, maar goed, om dat nou te vertrouwen.
De volgende dag gingen we een dagtour maken op de gletsjer, omdat Stephanie het rustig aan wilde doen en omdat ik 1000 en 1 foto’s maak, zijn we in een trage groep gegaan. Dit was ook heel verstandig, want ik heb echt veel foto’s gemaakt. Het is echt heel mooi en apart. Je moet je voorstellen dat er in Frans Jozef geen sneeuw ligt en richting de gletsjer zie je ook geen sneeuw. Enkel veel groen en bergen. En dan zie je tussen twee bergen, eigenlijk meer een breuk tussen 2 platonische platen, een grote ijsblok: de gletsjer. Een massale hoeveelheid ijs, wat er al miljoenen jaren ligt (eigenlijk verschuift dat ding elk jaar iets). Magisch om te zien. Wij met de groep daar op wandelen, door wat ijsgrotten en langs ijswanden. Echt heel mooi om te zien, het top laag ijs is wit met modder, binnen in is het ijs zeer blauw. Het weer was ook super goed. Het ijs heeft verschillende vormen. Wat het natuurlijk ook super mooi maakt zijn de bergen aan de zijkant, de vorm en de waterfallen er langs. Ook niet vergeten het uizicht op de gletsjer op de vallei. Zo zie je de kracht van de natuur. Na een lange, maar geweldige wandeling kwamen we als 1 van de laatsten beneden. Het was absoluut de moeite waard.
De dag na de wandeling ging onze reis verder richting een klein plaatsje aan het einde van de westkust. De scenery is en blijft erg mooi, ene kant zee, andere kant bergen met witte toppen. We hadden erg mooie stops, we stopten met een prachtige view op Mount Cook, de hoogste berg van NZ. Naast mt Cook vind je ook mt Tasman. We stopten bij een meer, welke op een mooie dag als een spiegel werkt. Ik ben ondertussen helemaal gek op landschappen fotograferen. Zo heb ik een machtig mooi plaatje van het meertje met op de achtergrond de bergen en in het meertje de reflecties hiervan. Ook stopten we nog bij een andere gletsjer: Fox Glacier. We hadden de hele dag mooi weer, dus we maakten veel stops en we zagen echt veel mooie natuur. Onze stop was een klein plaatsje, waar we erg mooie uitzichten hadden. In het plaatsje sliepen we in een hostel, waar we ‘s avonds karaoke deden onder het genot van een biertje. Helaas was mijn Berry White imitatie mislukt, maar de avond was geslaagd (in vrouwen kleding).
De volgende dag gingen we weer op pad. Het mooie weer was helaas weg, maar in de loop van de dag klaarde het op. We reden richting Queenstown. De rit was wederom langs mooie scenery en dicht in de buurt van Queenstown stopten we eerst bij de Bungy centrum. Daar kon je je inschrijven voor een bungysprong, er zijn verschillende soorten: De bridge (43m) is de eerste plek bungy plek ooit. De ledge, welke in Queenstown zelf staat, kun je op freestylen. De Swing, een grote zwing ipv een sprong naar beneden en de Nevis bungy (134m) klassieke bungy sprong. Naast skydiven en alle andere vreemde activiteiten die ik doe, wilde ik daar graag de bungy aantoevoegen. Ik moet bekennen, ik was wel een beetje scared, maar ach ik had al geboekt dus nu gaan we het doen ook. Ik werd ingeschreven voor de zaterdag. Na de bungy centrum, zijn we verder gegaan richting Queenstown. Queenstown is de toeristische plek van NZ. Het is een prachtige gebied, omringt door bergen en liggend aan een meer. Volgens de oprichters zo mooi dat er een Queen kon wonen. In Queenstown is alles duurder, eten en vooral de activiteiten. voor EvO: een Nevis bungy is 130 euro. Er zijn veel Amerikanen en wat Australiers, allemaal mannelijk. Ze komen hier eigenlijk voor 1 ding: snowboarden. Toen wij er waren was er ook een groot snowboard stunt toernooi (met een grote halfpipe), waar normaal gesproken Sean White (olympisch kampioen) ook aan meedoet. In de avonden wordt er altijd flink gefeest en daardoor zijn mensen vaak nog meer geld kwijt.
De eerste dag zijn we samen met een jongen uit de bus een simpele wandeling gaan doen. Stephanie haakte helaas af, maar Max en ik gingen door. Na ongeveer 45 mins waren we op de top van de heuvel en had je een erg mooie uitzicht op Queenstown en de omgeving. Vervolgens weer terug en in de middag niks doen.
De volgende dag was dan de dag voor de bungy, ‘s ochtends aanmelden en met de bus een 40 mins durende rit naar de Nevis maken. De Nevis een rivier(tje) die door de bergen stroomt. Je vindt 2 dingen daar, de Nevis bungee pod en de Nevis swing. Ik werd in een bungy harnas gezet en we konden nog even van het uitzicht genieten. Je zag andere springen en daar werd je zelf nog vrolijker van. Vervolgens met een liftje naar de springpod. Op een bepaald moment werd ik opgeroepen en mocht ik gaan zitten. Toen was ik wel een beetje zenuwachtig en als ik naar de afgrond loop, stop ik mijn handen in mijn haar van blijdschap (een Chuck Norris hoera :p). Vervolgens spring je naar beneden en krijg je een gevoel dat niet in woorden is te omschrijven. De eerste 3 secs zijn nog erger dan terreur, daarna kick ass en pas als je afremt begonnen mijn hersenen weer te werken. Bij de 2e keer omhoog trok ik mezelf los en zit je in een zit-positie. De adrenaline galmt door je lichaam en je breekt gewoon door alle barrieres heen. Je wordt omhoog getakeld en omdat je zoveel adrenaline hebt mochten ze me eigenlijk zo weer laten springen. Zo geniaal was het. Binnen 10mins ben je ook weer terug en heb ik de dvd + foto’s gekocht. Ze zijn zeker de moeite waard!
Dus weer een avontuur en ervaring rijker.
De volgende dag ben ik maar weer actief gaan doen, Max en ik hadden afgesproken om een lange, doch prachtige wandeling te doen. Stephanie vermaakte zich wel in Queenstown met haar fiets EN fietshelm
. In de ochtend was het wel een beetje bewolkt en de wandeling eindige op de top (1750m) hoog. Ze zeiden bij de receptie dat het weer wel goed kwam, dus zijn we maar gaan lopen. In het begin al vrij stevig klimmen, het pad echter was goed te doen. Op een bepaald moment kom je hoger en hoger. Je loopt door de wolkgrens en boven de wolkgrens was het prachtig weer en had je een prachtige view. Na 2 uur wandelen waren we op de zadel, welke al ons een prachtige view gaf. Al die bergen om ons heen. Vervolgens gingen we natuurlijk ook naar de top, welke vrij heftig was. En dat was het ook, tot aan de zadel was er wel ijs en sneeuw. Op de top is het styl, sneeuw, ijs en modder. Het was lang en zwaar, maar eenmaal op de top had ik 1 van de beste views ooit. Ik heb er een 360 panorama van geschoten die je maar eens moet zien! Na ruim een half uur en een lunch liepen we weer terug. Naar beneden gaat sneller, maar het is wel gevaarlijker. Nog even 2 keer goed ondergegaan, wat detours genomen en na ruim 6 uur lopen waren we weer beneden. Moe, voldaan en prachtige herinneringen erbij. Heel toevallig kwam ik Stephanie ook direct tegen. Ze had een fiets gehuurd en liet haar prachtige persoonlijk foto’s zien
. Ze vond mijn foto’s veel te onpersoonlijk…
. Afijn, een mooi dagje dus.
De volgende dag begon ons avontuur richting het zuiden. Daar hadden we allebei wel veel zin in. Omdat we mogelijk naar Stewart Island gingen moesten we al om 6 uur ‘s ochtends aanwezig zijn. Iets voor 6-en stapten we in en direct zagen we dat we een maffe/idiote buschauffeur hadden. Eerst reed hij met open aanhangwagen rond en later rijdt hij niet eens langs alle ophaalpunten. Zo misten we 3 meisjes en zonder hen zijn we richting Invercargill gegaan, een redelijk grote stad in het zuiden van NZ. Invercargill is ook wel bekend omdat Anthony Hopkins er vandaan komt (je weet wel: Hannibal). De boottocht richting Stewart Island was (voor EvO:) 120 dollar, bijna 70 euro. Dus niemand ging dat eigenlijk doen. Ondertussen hadden de meisjes, die achter waren gebleven, Stray gebeld en waren ze met de bus onderweg naar Invercargill. We moesten dus op hen wachten en onze chauffeur vond dat we dan maar in het hostel moesten wachten. Dus voor niets om 0600 opgestaan en Stephanie vond dat niet zo leuk. Daar had ze gelijk in dus had ik gezegd dat we maar iets gingen doen. De chauffeur vond dat wel ok en we reden naar Bluff, een plaatsje super zuiderlijk. Daar hebben we een wandeling gemaakt, ik heb me wel vermaakt alleen Stephanie niet zo :p. Toch wel wat gezien, oa zeehonden. Vervolgens terug naar Invercargill en haalden we de meisjes op. We lunchten in Invercargill en in de namiddag gingen we richting the Catlins. Dat ligt in Zuid Oost NZ en staat bekend om de ruige en levendige zeekust. De rit was al mooi, het landschap was niet meer bergachtig maar groen heuvelig. The Catlins zelf is ook mooi, mooie duien en stranden. Op deze stranden kwamen wij wilde zeeleeuwen tegen. Ze zijn echt machtig groot, mooi en sterk. Beetje die beesten plagen, altijd mooi. Vervolgens reden we naar een ander stukje strand en daar zagen we pinquins, geweldig! Nog nooit wild gezien, maar echt, ik vind dat zo machtig mooi. De manier waarop ze lopen en springen, haha, echt krank is dat. Genoot er zeker van. Vervolgens reden we nog iets verder en omdat het de hele dag al mooi weer is hadden we ook een hele mooie sunset! Geslaagde dag.
De volgende dag verlieten we Southland (Invercargill/The Catlins) en gingen we richting fiordland. Iets waar Stephanie zich op verheugde
. Eerst richting Te Anau, ook een echt toeristische plek in NZ. Opvallend was, en dat geldt voor heel NZ (op Queenstown na), dat er bijna geen toerist is omdat het winter is. Wel jammer, want wij hadden prima weer. Het is wel wat kouder, maar dat maakt de scenery alleen nog maar mooier. Ik had zelf ook heel erg zin in fiordland, dus had ik de lonely planet strak doorgenomen. Van Tenau naar Milford Sound is er maar 1 weg, welke volgens de lonely planet heel mooi moet zijn. En dat was ook echt waar, wat een prachtige omgeving rij je door. In de Lonely Planet stonden wat stops, dus die heb ik ook allemaal aan de chauffeur doorgegven. Hij kende ze ook wel en hij stopte bij elke plek. Het is echt mooi, zie de foto’s zou ik zeggen. Na 1.5 uur rijden namen we afslag naar Gunn’s Camp. Daar gingen wij overnachten. Het zijn primitieve hutjes, welke in gebruik werden genomen door werkers die weg aan hebben gelegd. En dat aanleggen heeft wat tijd gekost
. Vergeet niet de dat die weg helemaal besneeud kan zijn en dat er plekken zijn met lawinegevaar.
De volgende dag vervolgden we de weg richting Milford Sound, nog meer stops: mijn favoriet: Monkey Creek. Prachtige natuur en naam (en Stephanie ligt nu in de deuk :p). Machtige foto’s genomen. Het zijn ‘gedroogde’ fjorden. Misschien handig om uit te leggen: een fjord (of sound) is een berg dat uitelkaar is gespleten door water/rivieren/gletsjers. Een heel lang natuurlijk proces, wat mooie sceneries oplevert. Na wat stops kwamen we aan in Milford Sound, een toeristische plek om op de boot door de fjorden te varen (de ‘echte’ fjorden). Vervolgens gingen we op de boot en we waren met 20 man max, dus we hadden de boot voor ons zelf. Het weer was (wederom) super mooi! Dat is geluk hebben, want het regent daar 310/365 dagen (wat een statistiek he EvO :p). Het beeld is echt mooi. Kleine anderhalf uur varen door de fjorden, mooie scenery. Het staat ook bekend om de watervallen, je wilt eigenlijk dat het de dag ervoor keihard regent en op de dag zelf mooi weer. Dan krijg je echte watervallen :p. Maakt niet uit, het was erg mooi. We hadden nog wat geluk, want we zagen dolfijnen! Stephanie helemaal blij, ze is trouwens (ook ineens?) helemaal fan van Lord Of The Rings…Wederom geslaagd dagje en de rest van de dag reden we terug naar Queenstown om samen de laatste paar dagen te spenderen.
De laatste avond Queenstown gingen we met wat Ierse chicks uit en om 12 uur was Stephanie jarig en heb ik mijn cadeau gegeven. Transformers 1 en 2 op dvd, kijken of ze dat ineens ook leuk kan gaan vinden :p. Nee, een foto-poster met een paar foto’s van ons samen in NZ, mooi toch!
De volgende dag vlogen we naar Auckland, dat is echte amusement. Samen met Stephanie vliegen is pure amusement
. In de avond met haar een heerlijke pizza gegeten en de volgende dag hebben we afscheid genomen. Was even lastig, zij ging via Kuala Lumpur terug naar NL en ik naar mijn volgende avontuur: Frans Polynesie.
Na een vlucht van 5 uur was ik in Tahiti! Vervolgens richting mijn pension, gaan slapen en de volgende dag op. Beetje rustig aan gedaan, wat eten gekocht en naar het strand gegaan. Mijn eerste indruk: Tahiti is heel erg druk (qua auto’s), maar wel heel erg ontwikkeld. Alles is er wel, tegen een bepaalde prijs. In de avond heb ik een prachtige sunset gezien met Moorea op de achtergrond. Dat is wel heel mooi!
In het vliegtuig zag ik dat er veel surfers instapten en naast mij zat (kwam ik achter) een organistor van de Billabong pro wedstrijd. Wat blijkt, in Tahiti is een surfwedstrijd waar de top40 van de wereld aan meedoet. Dat klonk wel mooi, dus had ik me voorgenomen om er heen te gaan. Het toernooi begon op maandag en die maandag ben ik liftend naar die plek heen gegaan (Teahupoo). Het liften was snel, goedkoop en ervaringrijk. Zat een keer bij een Tahitiaanse man in de auto die Tahitiaans kampioen jeux de boule was. Kerel was echt trots, geweldig. Hij ging tevens naar Australie!
Eenmaal op het toernooi beetje rondkijken, overal Billabong (heel bekend surfmerk, zoals RipCurl/SilverCreek). Wat blijkt, vandaag geen golven, dus de wedstrijd ging helaas niet door. Wel heb ik foto genomen van de toernooi scheduling. Bob, je hebt een nieuwe idool denk ik: Andy Irons
. Andere bekende surfer is Kelly Slayer (9x wereldkampioen). De surfers lopen over het gebied heen, maar kijk, als zij Sven Kramer herkennen, herken ik die surfers wel :p. Oja, zoek maar eens op youtube filmpjes op en je kunt de match volgen op Billabong site.
De volgende dag ben ik naar Moorea gereisd, een plek waar ik heel graag heen wil. Met de boot kwam ik aan op Moorea en het is echt een prachteiland. Zeg maar een plaatje van een tropisch eiland, waarvan je direct ziet dat het een tropisch eiland is
. Mijn gedachte was ook, als je hier niet gelukkig wordt, word je het nooit. Het eiland is groen, in het midden bergachtig en omringt door een prachtig koraal. Met de bus ging ik naar mijn pension waar ik (voor EvO) 1700 XPF betaal ~ 16 euro. Ik ontbijt en lunch eigenlijk altijd met stokbrood met jam en water. Omdat er geen keuken is koop ik altijd een gerecht: hamburger met patat voor 7 euro. Op Moorea/in mijn pension vind je heel veel honeymooners en Amerikaanse gezinnen met geld. Tja waar ga je heen als je net getrouwd bent. In mijn pension leerde ik 2 stellen tegen, ze waren en Frans en konden zoals gewoonlijk geen Engels. Gelukkig was mijn Frans nog wel aardig en ging het prima. Naast mijn pension ligt het Hilton hotel, dus daar ben ik ook even heen gegaan. En ja, daar zie je wat luxe en rijkdom doet. De bungalows op zeewater zijn echt prachtig, onder die huisjes zwemt gewoon heel veel vis. Je hebt een klein achterdeurtje waar je gewoon ‘even’ in het water stapt. De bungalows op het land zijn voorzien van een prive zwembad. Even gerelaxed op de bankjes tussen de bungalows op water en later nog de sunset gecheckt. Het was inderdaad chill out.
De volgende dag heb ik een mountain bike gehuurd en heb ik het halve eiland gecheckt. Was wel zwaar, omdat de zadel zo knetterhard was, werd mijn ‘derriere’ ook knetterhard. Toch veel gezien, in de middag ook nog even gesnorkeld. Het water is kraakhelder en het koraal is echt mooi. Ik heb veel koraal gezien, maar Indonesie en Moorea is het mooiste koraal wat ik tot nu toe gezien heb. Ook veel vis: oa butterfly vis.
De dag erna heb ik een lange wandeling gemaakt, waardoor ik het binnenland van Moorea zag. Heel divers, heuvelig en op de top heb je een vette view. Op mijn weg terug kwam ik nog een andere man tegen uit Moorea. Hij was een gepensioneerde militair van 60 en hij liep samen met mij terug. Die gast liep als een malle! Hij vertelde me ook dat elke hoge berg te bewandelen was, zo ook 1 bij het Hilton hotel. Het is wel gevaarlijk, er zijn geen duidelijk paden en sommige paden zijn heel dun en hoog. Je hebt dus een gids nodig, maar die zijn te duur.
De volgende dag rustig aan gedaan en op het ‘strand’ gelegen bij Opunoh bay. Er zijn 2 grote baaien in Moorea (Opunoh en cook’s), beiden zijn bijzonder om te zien. Ik zeg bekijk de foto’s maar. Toen ik op het strand lag, waren er zeilboten in de baai (10 ofzo). Vervolgens hopt er een gigantische privejacht binnen…zo kan het dus ook. De dag eindige met een mooie sunset.
Na mijn pension ging ik richting de andere kant van het eiland, Mark’s place. Een plek niet aan het strand, maar wat er heel relaxed bij ligt. Ik lig voor 3000 (24 eur) in een dorm en heb alle spullen die ik moet hebben. Dezelfde dag was het bewolkt en ging het even later regenen, dus gewoon even wat films gekeken. Ik moet bekennen dat Mark’s place super is. Mark is de eigenaar en hij probeert iedereen optimaal naar zijn zin te maken, heel erg leuk! Absolute aanrader om te verblijven.
De volgende dag ben ik een wandeling gaan maken en in de middag gaan snorkelen. Moorea (en de rest van Frans Polynesie) zijn geen strand eilanden. De stranden die er zijn, zijn klein of kunstmatig aangelegd. De eilanden hebben allemaal een prachtige lagune. Ze zijn omringt door hele mooi koraal reefs. Ik ben in de middag naar een ander strand gegaan: Pineapple beach en daar gaan snorkelen. Ik snorkelde naar het eind van de reef (800m, was best een eind) en zag in het begin eigenlijk niet zoveel. Het water is kraak helder, maar er is niet veel koraal. Hoe verder je gaat hoe meer koraal je ziet. Op de rand vind je heel veel koraal. Daar was het echt mooi! 100-en vissen en ik zag twee grote stingrays. Beetje chasen en plagen, altijd mooi. Ook kijk ik veel naar surfers, ze zijn er best veel. Backpackers zoals mij zijn er niet/nauwelijks. Ik sliep ook vrij vaak alleen op de kamer. Beetje eenzaam soms, maar gelukkig kreeg ik gezelschap van een Finse gast. Hij was ondertussen al 10 jaar aan het ‘reizen’ en de hele wereld rond geweest. Hij werkt nu veel op boten in Frans Polynesie en hij surft er ook bij. Hij heeft mij de theorien achter surfen uitgelegd en naast rugby snap ik nu ook wel hoe surfen werkt. Kunnen is natuurlijk een punt 2. Het grappigste wat ik leerde is eigenlijk dat de ideale conditie voor een surfwedstrijd is als er ergens anders een flinke storm is. Dat regelt dan mooie hoge golven voor het betreffende eiland op.
De enalaatste dag kwam er nog een frans meisje op onze kamer, daarmee ook gepraat en gegeten. Gezellige boel dus. De laatste dag op Moorea ben ik op mijn dooie gemak terug gegaan naar Tahiti. Dit houdt in laat weggaan en omdat er geen bus timetable is liftend naar de werf gegaan. Volgens in de middag met de boot naar Tahiti en afscheid genomen van Moorea. Wat een eiland! Het eerste eiland wat echt aan de verwachtingen voldoet. Op Tahiti ben ik van Papeete naar het pension waar ik eerst ook zat gegaan, relaxte plek. Papeete is trouwens een kleine stad, maar het is net zo druk als Amsterdam. Vandaag is de laatste dag op Tahiti en dus ook Frans Polynesie. Ik heb misschien maar 2 eilanden gezien, maar mijn hoofddoel: Moorea heb ik gedaan. Een super eiland. Voor de geinteresseerden: Frans Polynesie bestaan uit enkele eiland groepen. Tezamen net zo groot als West Europa (met een berg zee er tussen). Tahiti en Moorea behoren bij Societeit eilanden, net als Bora Bora, Huahine. Voor de laatste twee en de rest an de societeit eilanden betaal je nog een vliegticket (150euro per stuk) of je fixt een vlieg pass voor 350 euro. Iets te veel van het goede
. Daarnaast zijn er ook nog een heleboel atols, een atol is zeg maar een rondje gemaakt van koraal en zand en in het midden is alleen zee. Wat je ook ziet als paradijs
. Dit stukje zee is trouwens heel goed te gebruiken om parels te laten groeien. Iets waar Frans Polynesie ook exporteert: zwarte parels. Wat ook grappig is, is dat men hier aan sommige palmbomen dunne grijze platen om de stam heen doen. Dit werkt ‘s avonds dan als reflectie voor auto’s. Hoe geniaal
. Wat ook leuk zijn, zijn de roulottes, ettentjes. Heerlijk kun je daar halen. Een goede avondmaal voor 10 euro!
Goed, 2 avonturen afgesloten en op naar het volgende avontuur: De Paaseilanden. Voor 5 dagen eens de mysterieuze beelden van de paaseilanden bekijken. Tot snel weer!
p.s. Ik heb een hele boel foto’s geupload. Dit is een kleine snip uit mijn grote collectie. Sommigen hebben een apart formaat, doordat ik ze als panorama schiet.
p.s2 Sommige foto’s hebben een kapotte thumbnail, eigenlijk bijna allemaal. Dit komt door de verbinding hier op FP. Ze staan er allemaal op! Oja, internet is hier geknakt duur, voor EvO nog 1 keer: half uur ong 4 euro.
Talofa!
Mijn tijd in Samoa zit erop en heb leuke dingen meegemaakt hier. In mijn vorige bericht schreef ik dat ik in Apia was. In Apia heb ik nog contact gehad met een medewerker van het hotel waar ik verblijf. Hij was voetballer in het nationale team van Samoa. Via hem heb ik voor 20 tala (6 euro) een echt voetbalshirt van het nationale team van Samoa. Hij past me ook nog! Ook nog met hun gevoetbald, maar het niveau is zeg maar nog lager dan dat van het 1ste van Rigtersbleek
.
Samoa bestaat uit 2 eilanden, namelijk Upolu en Savaii. Apia bevindt zich op Upolu en ik ben na Apia richting Savaii gegaan. Hiervoor moest ik om 6 uur met de bus richting de ferry. Vervolgens pak je dan de 8 uur boot richting Savaii. Op Savaii zoek je (ja en dat is wat
) de juiste bus richting mijn volgende bestemming: Manase.
Na wat vragen en zoeken kwam ik in de juiste bus en na een rit van 1.5 uur kwam in Manase. Dit ligt in het noorden Savaii. In Manase bevinden zich aardig wat accommodaties en ik verbleef in Regina’s beach fales. Ja, in Samoa verblijf je eigenlijk altijd in een fale. Naar mijn mening moet iedereen een keer in een (beach) fale verblijven. Stel je een kleine camping voor, aan of op het strand. In plaats van tenten of bungalows zit je in een houten hut die bedenkt worden door platen van riet (zie foto). Het ziet er primitief uit, maar het is paradijselijk!
‘s Ochtends word je wakker met een zonsopgang en ‘s avonds met een zonsondergang. Verder zit je direct aan zee en je betaalt 60 tala (18 euro). Dit is inclusief 3 maaltijden. Het eten is best goed, merk op, ik eet alles
. Dat laatste is wel nodig. Zo eet ik ook biscuits met spaghettig :p. Naast mijn beach fale zijn er nog andere beach fales, gerund door andere families. Deze zijn iets duurder (90 tala ~ 28 euro). Daar is het eten dan iets beter en is de matras waar je op ligt beter. Mijn matras was wel tamelijk dun.
In zo’n beach fale heb je dan ook geen notie van tijd, je doet niks op een dag. Je ziet de mensen (familie die de toko ownt) gewoon zelf ook slapen in een beach fale. Soms komt er families langs en dan is het een gezellige boel. Wat ik vooral veel deed was boek lezen, mijn Charles Darwin boek is zeer goed (thnx Remco
), en soms beetje zwemmen. Verder ontmoette ik een nieuw maatje, Enzo uit Frankrijk. Aangezien Enzo en Samoa mensen rugby spelen, speelde ik dat ook. Ik vind het echt een leuke sport!
Ik heb niet de hele tijd niks gedaan, zo ben ik 1 dag naar de Lavavelden en de schilpadden gegaan. De Samoan eilanden zijn ontstaan uit vulkanische uitbarstingen en rond 1900 barstte Matavanu uit. De resten zijn de lavavelden die je kunt bezichtigen. Wel maf, want een heel dorp is gewoon op een lavaveld gebouwd en de sporen zie je ook allemaal. Vervolgens ben ik naar een meertje gegaan waar men schilpadden houdt. Je gaat het water in en je ziet heel veel schilpadden. Je kunt die beesten aaien etc. etc, allemaal wel leuk maar eigenlijk ook wel zielig. Die beesten horen in het wild te leven.
De volgende dag ben ik met Enzo de (dode) vulkaan Matavanu gaan bewandelen. Ik ben meteen ook bekend met het tropische klimaat. Het regende die dag en dat betekent dat het van heel mooi weer in 1 minuut knetterhard kan regenen en 5 minuten daarna de zon weer kan stralen. Goed, ik had me wel erop gekleed, maar het zicht werd er niet mooier op. De wandeling er naar toe was 8km en terug ook
. Het zicht was best mooi, maar als het niet regende had je ook geen mist.
Toen brak de dag aan, de zondag, de wereldkampioenschap voetbal finale. Merk op, heel veel beach fales zijn heel primitief. Dat betekent, niks behalve stroom en water. Dus geen tv en internet. Gelukkig wist ik dat op tijd en had ik een tv geregeld bij de buren. Daar dus finale gekeken, nouja, zwart wit met strepen er door heen. Na de finale had ik het ook eigenlijk wel gehad met voetbal. Waarom spelen we geen rugby :p? Hier speel ik elke dag wel (touch)rugby en ben ik onderhand wel een beetje een rugby speler.
Na 4 dagen verliet ik Manase en ging ik naar het zuiden van het eiland: Satuiatua, ja datja. Het was ook op het strand, en zag er ook heel mooi uit. Enige nadeel was het eten, ik moet soms echt 3x het portie van een normaal mens hier hebben. Helaas had ik ook geen Taro meer, wat een lokale unit is. Knetterdroog, knetter goedkoop en meer eiwitten dan een eiwit shake
. Wat wel weer cool was, waren de bananen die aan de bomen werden opgehangen. Je mocht deze onbeperkt eten!
Ik verbleef in Satuiatua 2 dagen en vermaakte me ‘s avond vooral met Fawlty Towers (op mijn netbook), geniale serie. Overdag zwemmen en ik ben naar de blowholes gegaan. Het zuidelijk deel van het eiland is in de winter geschikt voor surfen, er zijn echt gigantische hoge golven (>2m). De blowholes zijn gaten aan de kust in de lavagrond en als daar een hoge golf door heen knalt krijg je vuurwerk :p. Nee, dat was echt vet!
Na een week verliet ik Savaii en ging ik terug naar Upolu om naar Lalomanu te gaan. Ik vertrok om half 8 ‘s ochtends en om half 5 in de middag was ik er pas. Ik heb wel ver gereisd, maar laten we zeggen dat ik het met een auto in 3 uur kon doen
. In Lalomanu sliep ik wederom in Fales (Taufau Beach Fales), dit keer in een gesloten fale. Een overnachting was wel duur (120 tala! ~ 35 euro) inclusief ontbijt en avondeten. Verhalen van andere mensen vertelden dat het hier heel mooi moest zijn en dat was het ook! Witte stranden en strak blauw water! Echter, er is ook een negatieve kant hier. In september 2009 werd Lalomanu en de rest van de kust geraakt door een 10m hoge tsunami. Alles aan de kust is weggevaagd en in het zeewater zit dood koraal. De beachfale waar ik sliep was herbouwd en alles is heel nieuw.
In Lalomanu heb ik een prima tijd gehad, men is hier heel erg familie gezind. Men probeert iedereen (inclusief de gasten) te betrekken bij de familie. Dit komt eigenlijk ook door de tsunami, het leeft heel erg. De familie zelf heeft door de tsunami ook wat familieleden verloren (geen gasten). De ‘bazin’ van de fale (mevr. Taufau) heeft ook een interview gegeven in de Lady Times (?). Wel indrukwekkend allemaal.
Ik verbleef hier 3 dagen en heb mij prima vermaakt, zo heb ik gesnorkeld in de zee dichtbij Lalomanu, waar er iets meer koraal was. En we zagen een Barracuda van 1.5m! Ja dat zie je ook niet elke dag met snorkelen
. Dat beestje beetje achterna zwemmen, kat en muis spel. Wel mooi dat beest! Verder was op een dag de baas jarig en kregen we als avondeten grote rode kreeften
! Nouja kreeften, ze hadden 1 van happer ipv 2 en je eet ze van het midden tot aan de staart. Lekker was het zeker! Verder was ook altijd wel live muziek, al moet ik bekennen dat ik geen reggea meer hoeft te horen :p. Gelukkig heeft TOA een nieuwe cd uitgebracht
.
Na het avontuur op deze beach fales ging ik weer terug in Apia, waar ik nog wat voorbereidingen tref voor Nieuw Zeeland. Verder heb ik met Eti een vrij heftige hike gedaan richting lake Manoto’o, een vulkanisch meer. Een tocht van 3 uur, welke door het midden van Upolu gaat. Zeer mooi, want zo zie je het regenwoud echt goed. Er groeit toch wat in die bossen en tevens functioneren ze als prima toiletten (heb ik ontdekt)
.
Samoa zelf is een toeristisch tropisch eiland, wat (veel) minder toeristisch is dan Fiji. Je leeft in beach fales, wat heel relaxed is, maar na een paar dagen ook kan gaan vervelen. Je moet dus wel wat activiteiten zoeken, wat ik gedaan heb. Verder zijn Samoa mensen net zo gelovig als Fijenen en doe je dus niet zoveel op zondag. Alles is gesloten en het is dood op straat. Grappig is dat het leven toch weer hervat wordt op zondag avond. Het openbaar vervoer is erg ingewikkeld. Maar er zijn 2 regels, bussen gaan ‘s ochtends heel vroeg richting een plek en in de na middag weer terug. Dus na half 9 ‘s ochtends en na 5 uur rijdt er geen bus meer weg.
Apia, de hoofdstad, is net zo groot als Deventer en is eigenlijk de enige ontwikkelde stad, max 10 ATMs. Op het andere eiland vind je er misschien 5, waarschijnlijk minder. Daarnaast zijn ze dan te vinden op in 1 ‘stad’. Zoals ik schreef is het ‘fairly primitive’, maar dat is ook het mooie! Verder zijn er niet echt super veel restaurants, er is een italiaan, maar de pizza is een beetje flauw. Veel andere restaurants zijn best duur. Ik at bij 1 super goede tent: Pinatis, cheap en veel. Je at dan altijd rijst met curry, dus het kwam na een paar dagen ook wel uit je…
Ik ben nu in Nieuw Zeeland, een nieuw avontuur. Dit keer doe ik het niet alleen, maar met Stephanie. Haar reis was…laten we zeggen een goed avontuur
. From Paris to Berlin…of beter..from Overdinkel to Beijin. Vervolgens naar Sjanghai, omdat haar vlucht er vertraagd was, en vervolgens naar Auckland. We zijn in ieder geval weer herenigd! We zijn Auckland al rond gaan wandelen, wel mooi! Ook zijn we samen naar een drum&bass/electro feest gegaan. We stonden op de gastenlijst, entree was 40dlr (22euro). Was zeker mooi, rave scene in Nieuw Zeeland is wel anders dan in Nederland. Men gaat hier nog harder
.
We gaan morgen onderweg, eerste stop is Hahei, dan Raglan, Rotorua en dan Taupo. Uiteindelijk zien we heel Nieuw Zeeland, maar daarover meer in het volgende bericht
.
Als laatste de titel: Panina ole Pasefika is Samoan voor ‘De parel van de Pacific’.
Dag iedereen!
Fiji ondertussen verlaten voor het volgende avontuur, maar ik ga alles proberen te beschrijven. Ik eindigde mijn vorige bericht met de aankondigen van een shark dive, ondertussen zijn er weer mooie dingen gebeurd.
Voor alle gecertificeerde duikers raad ik aan om deze shark dive te doen, want hij is gewoon te vet. Als je al je gear gepakt hebt, ga je op de boot en ruik je de geur van het voer al. Vervolgens vaar je 10 mins op zee en kom je aan bij ‘de Bistro’. Voor dat je in het water gaat, gooien ze al aardig wat voer in het water en dat wordt dan gulzig gegeten door redelijk grote vissen. Vervolgens ga je het water in en kijk je door je masker naar beneden. Je ziet ongeveer 500 vissen rond zwemmen en je denkt, dat zijn er eigenlijk heel veel. Vervolgens kijk je nog een keer en zie je een vis van 2m zwemmen wat wel lijkt op een haai. Ja dan denk je wel wtf
. Vervolgens ga je 26m onderwater en neem je plaats achter een koord. De voeders laten 2 a 3 tonnen met voerzakken in de ‘arena’. Dan begint het spectakel, je ziet echt heel veel vis. En je ziet heel veel haaien. Zo zag ik de reef shark, flat nose shark en de bull shark. Varierend van 1m tot 4m, groot plezier dus. Ja dat was echt wel even kicken. Op bepaald moment mocht ik de arena in, dus je baant een weg door al de vissen. Vervolgens een mooie grote flat nose shark geaaid, braaf beestje :p.
Na 20 mins gingen we naar boven, aten we wat en na een uur surface interval gingen we weer naar beneden (18m). Plaats nemend achter een muurtje, werd er weer een spectakel gegeven. Wederom werden die beesten gevoerd en de voeders doen dat ook met de hand. Meest memorabel was de grote bullshark die 2m voor mijn neus een grote vis in zijn mond nam en ongeveer 20cm over mij heen zwom. Ja dat was best ziek
. Oja, ook hadden we in het muurtje nog bezoek van mr murray.
Goed, de shark dive was dus echt te vet! Na het sharkdiven ben ik in de middag met het nationale beachvolleybal team van Fiji gaan beachvolleyballen, dat was zeker leuk en grappig! Na Pacific Harbour ben ik naar Suva gegaan, dit is de hoofdstad van Fiji. Helaas was het zondag en omdat Fiji nogal christelijk is, zijn kerken, nog meer kerken en de MacDonalds open. Oja en sommige shopping malls. Opzich wel leuk om Suva te zien, maar niet heel bijzonder.Tevens was het weer niet echt mooi en ik ontmoette wat stage studenten, zij vertelden dat het weer in Suva vaak regenachtig is. Grappig voor een tropisch eiland
.
In Fiji, omstreke Suva en Pacific Harbour vind je veel Engelse stage studenten die helpen bij scholen als vrijwilligers. Om dat te doen, betalen ze ongeveer 1000 pond voor 4 weken en 150 pond per week als je langer gaat. Best duur, maar volgens mij wel heel mooi.
De dag erna ging ik terug naar Nadi, om mij voor tebereiden voor het tweede deel van Fiji. Ik ging namelijk naar de Mantawai Islands, een heleboel eilanden die heel mooi moeten zijn. Het is er wel toeristisch, maar dat maakt niet uit. Volgende dag richting harbour en op de boot. Op de boot zie je inderdaad veel toeristen, zo ontmoette ik een paar Nieuw Zeelanders. Ja, Fiji is zoals Mallorca voor ons
. Het leuke was dat ze electro/drum&bass draaien en zij geven een groot feest, als ik naar Nieuw Zeeland ga. Zulke goede maatjes geworden dat Stephanie en ik op de gastenlijst staan
!
Mijn eerste eiland was Mantaray Island. Het duiken en de Mantarays zouden hier heel mooi moeten zijn. Het eiland zelf was mooi, tamelijk paradijselijk. Op het eiland heel wat vrienden gemaakt, en veel gerelaxed. Het belangrijkste is het getrommel, men trommelt voor ontbijt, lunch en dinner, maar ook voor Mantarays swim. En daar hoopte ik op. De volgende dag waren er blijkbaar geen Mantarays, helaas. Dezelfde dag 2 duiken gedaan, dat was wel heel mooi. De eerste duik was een cave dive, dus in een soort grot onderwater. Een maatje die ik had ontmoet, had twee (goede) onderwater camera’s bij me en ik mocht er 1 lenen. Dus aardig wat mooie foto’s genomen.
De volgende dag vroeg op en tijdens het ontbijt werd er getrommeld, Manta Ray swim
! Dus binnen 2 minuten had ik mijn ontbijt op en stond ik op het strand klaar om te vertrekken. Vervolgens naar ‘het kanaal’, dit duurt 5 a 10 mins met de boot. Het kanaal is een stuk zee tussen twee eilanden (onbewoond) en waar de stroming erg sterk is. De zee zit vol plankton, dus dat trekt Manta Rays aan. In het begin zagen we niks en ik hoopte zo om er 1 te zien. Zelf het water in en zoeken. Vervolgens zag 1 gast een Manta Ray, wij als een speer er heen en in het water. En toen zag ik er 1 van dichtbij, wat een mooie elegante beesten zijn het! Spanwijdte van 3 a 4 meter en zwemmend als een soort vogel in het water. Ja dat was echt kicken. 50 foto’s en video’s genomen! Uiteindelijk 4 Manta Rays gezien, waarbij 1 een soort draaing maakt. Dan doen Manta Rays, zo gruwelijk om te zien! Op het eiland is er ‘s avonds entertainment, zoals een fire dance. Dat is ook wel leuk om te zien.
Goed, Mantaray Island was dus echt super vet. De volgende stop was Kuata, een klein eilandje waar je zou kunnen hiken. Ik verbleef hier 5 dagen en vooral gerelaxed. Het eten was goed, al smaakte het brood beetje naar cake :p. Het hiken was wel leuk, er is een goed gangbaar pad naar de top met een heel mooie zonsondergang. Ook zag van je vanuit dat punt het eiland ‘Empty’, waar Cast Away is gefilmd. En je ziet een eiland met een 5* hotel. Dit hotel is een keer helemaal afgehuurd door Madonna voor ongeveer $100.00 per nacht. Op een dag ben ik met een groepje en een gids verder gaan hiken, maar echte trails waren er niet. Dus maakte je ze zelf
. Het mooiste was nog de hike op een ander eiland. Tegenover Kuata vind je nog een ander eiland, dus ‘s ochtends vroeg om half 5 met de boot richting dat eiland. Vervolgens een hike gemaakt naar de top en gewacht tot op de zonsopkomst, ja dat was echt te vet om te zien! Zonsopgang is toch mooier dan zonsondergang.
‘s Avonds op Kuata was het vaak wel gezellig, je kon elke avond Cava drinken. Cava is iets typisch Fijeens. Het is de wortel van een plant, dat malen ze en dat mixje dan met water. Je wordt er super relaxed van, echter als je te veel drinkt krijg je een dronken effect. Wat Fijenen ook veel doen is rugby spelen, ondertussen ken ik alle regels van rugby. Ik vind het eigenlijk best wel een vette sport. Fysiek zwaar, een keer echte rugby gespeeld, kreeg ik de ball gepassed. Ik dacht, actie maken en 2 secs later lag ik op de grond, maar zeker vette sport. Ook hier heb ik veel mensen ontmoet, meest memorabele was Abdullah uit Dubai. Wat lachen met hem, hij noemde zich Abs, maar ik noemde hem Abra(movic) en Ibra(himovic).
Na Kuata ging ik terug naar Nadi (Viti Levu), en 2 dagen erna ben ik richting Samoa gegaan, waar ik nu ben! Samoa is net als Fiji in de Pacific.
Je ziet de naam Pacific ook echt terug komen, best wel vet
. Pacific is echt anders dan Australie! Nu ben ik in Apia, de hoofdstad van Samoa. Samoa is wel toeristisch, maar veel minder toeristisch dan Fiji. Vergelijk het een beetje met Malta? De toeristen zijn wel ouder en anders. Backpackers zijn er wel, maar in veel mindere mate, althans…wat ik gezien heb.
In Apia heb ik al wat grappige dingen mee gemaakt, eerst tijdens het eten van een pizza. Naast mij gingen 4 jongens van mijn leeftijd zitten, kom je daarmee aan de praat en blijken het professional golf spelers te zijn. Ze zijn in Samoa voor een toernooi, dat kom je ook niet elke dag tegen. De dag erna wil ik naar de wc gaan (heb een gedeeld toilet), zit er een levende rat in de wcpot
. Hoe die er komt weet ik niet, maar dat tamme beest kwam er niet uit. Was wel mooi gezicht, had er wel eens over heen willen …. juist, kijken wat er gebeurd :p. Heb er wel een foto van overigens! Vandaag heb ik nog gevoetbald met een grote groep waarin ook spelers zaten van het nationale voetbal team van Samoa. Ik heb 1 speler ontmoet, hij werkt in het hotel waar ik verblijf. In Apia zelf heb ik uitgezocht waar ik heen wil en dit is ook gelukt. Morgen ga ik naar Savai’i, het tweede eiland van Samoa. Daar ga ik richting Menasa en slaap ik in een beach fale. Een beach fale is uh…een goedkope slaapplek
. Moet heel mooi zijn daaro, vervolgens ga ik naar Satuiatua, dat schrijf ik niet nog een keer op :p. Daar zit ik ook in een fale. Als laatste ga ik terug naar Ufolu (het eiland waar Apia ook ligt) en ga ik naar Lalomanu. Nadeel is dat deze fales ineens 2x zo duur zijn, maar moet heel mooi zijn! Ik blijf hier ook maar 3 nachten.
Dus, heel wat weer beleefd! Hopelijk boeiend genoeg om te lezen. En onthoud Samoa time, there is no time
!
8 reacties »